Gebouwen en patrimonium > Kerk > Het gebouw

 

 

Kerk en heldenmonument

Kerk en heldenmonument, 1975.

 

Van de parochie Sleidinge wordt het eerst melding gemaakt in 1263. Toen achtte men het gebied reeds voldoende bevolkt om er een kerk annex kerkhof te bouwen.

 

Men vermoedt dat er reeds voor de invallen van de Noormannen (jaren 800) een houten kapel stond. De eerste grote kerk in kruisvorm werd zeker voor 1250 gebouwd, zonder toren, met slechts 1 beuk: de zijmuren stonden waar nu de pilaren staan.  De toren werd gebouwd rond 1346. Hij was toen nog niet zo spits als nu.

Vanaf 1407 zijn er grote werken. Men bouwt 2  zijbeuken en een koor. 100 jaar later bouwt men twee koren bij: rechts van St. Joris, links van O.L.Vrouw (later van St. Godelieve).

Zoals de meeste kerken werd ook de onze voor het grootse deel verwoest tijdens de Beeldenstorm (einde jaren 1500).

 

Ze blijft er verwaarloosd bijstaan wegens gebrek aan geld, tot ze in de nacht van 16 en 17 juli 1649 gedeeltelijk afbrandt. Tot voor kort dacht men dat dit gebeurde door een blikseminslag, maar de werkelijke reden was een herberg die aan de kerkmuur stond: hoogstwaarschijnlijk veroorzaken gloeiende gensters uit de schoorsteen de brand die op het dak begint (bron Hugo Notteboom).  Het gedeelte tussen de toren en het kerkplein, de benedenkerk, lag in puin. De achterst gevelmuur (aan het doksaal) blijft wel nog overeind.

 

Er wordt 20 jaar gespaard en gediscuteerd, en op 12 juni 1664 begint men aan de restauratie en vergroting van de kerk van 1400 naar 4000 communicanten.  Ze wordt opnieuw ingewijd in 1685. Tussen 1715 en 1720 wordt de volledige kerk overwelfd. Direct daarna trekt men een nieuwe, hogere, achthoekige toren op. Voorlopig zonder spits….

 

… want 20 jaar later, in 1740, wordt de toestemming verkregen om een hoge torenspits te bouwen “zo scherp als een naelde”’. De oude balken uit de overwelvingswerken worden erin verwerkt, samen met eikenbomen uit het Schroonhoekbos. Op de top komen een bol, een smeedijzeren kruis en een haan. In 1770 is de toren af.

 

 

Kerktoren

De Slèjnse noalde.

 

In maart 1773 wordt het gebouw alweer vergroot. De koren wordt uitgebroken en voorlopig in de benedenkerk geplaatst, waar tijdelijk de vieringen plaatsvinden. De voorgevel van de bovenkerk (kant Meerstraat) wordt neergehaald en de kerk wordt verlengd. Veel materiaal (stenen, vloer- en leisteentegels, wordt aangebracht per boot van het Rabot via het Liefken naar ’t Haantje, waar ze overgeladen werden op kleinere bootjes, en zo via het Sleins Vaardeken (toen Langebeek) en het Buisken (toen Zeepvaardeken) tot in het centrum geraakten. Om diefstallen te voorkomen werd een groot ijzeren hek rond het kerkplein en kerkhof gezet.

 

Tijdens de Franse periode staat de kerk gesloten. Vanaf 1800 gaat ze weer open en krijgt ze binnen een grote onderhoudsbeurt.   Op 4 april 1813 mag kalkverver Bernard Reyniers de kerk voor de eerste keer witten.  In 1816 worden de haan en de bol op de toren verguld.

 

 

Kerk en oude pomp

Kerk en oude pomp, 1975.

 

In 1883 wordt het beenderhuis, Sleinse benaming voor de Calvarieberg, herbouwt tegen de gevel aan de Meersstraat. Het beenderhuis was een plaats waar men de beenderen van opgeruimde graven borg.  Boven de Calvarieberg hangt tegen de gevel een bisschoppelijk wapenschild.

 

En dan is er natuurlijk de Godelieveommegang. 't Is een ingewikkelde historie, maar kort gezegd komt het hem hier op neer: Na de overbrenging van relikwieën van de H. Godelieve van Gistel door bisschop Triest in 1653, moet er al gauw een ommegang geplaatst zijn.

- De eerste bestond uit 13 vrijstaande staties van hout, langs het kerkhof, die tegen 1735 totaal versleten was.

- In datzelfde jaar kwamen er dan 7 stenen staties voor in de plaats, nog altijd vrijstaand op het kerkhof.

- Die worden op hun beurt vervangen door 14 kapelletjes tegen de kerkmuur, met daarin schilderijen op koperen platen. Wanneer die er precies komen is onbekend, maar tegen 1838 zijn ze ook weer zo versleten dat ze moeten herschilderd worden, wat later nog een paar keer gebeurt.

- In 1870 kan het echt niet meer zijn, en komt er alweer een nieuwe ommegang: terug bestaande uit 14 schilderijen op koperen platen onder houten kappelletjes tegen de kerkmuur. Deze  Godelieveommegang  maakt tot 1997 - dus 127 jaar ostemblieft! - onafscheidelijk deel uit van het kerkaanzicht.

- In 1997 komt dan de huidige, onderhoudsvriendelijke ommegang van 8 staties, in arduinsteen gegrift.

 

 

Vanaf 1922 begraaft men de doden voortaan op een nieuwe (de huidige) begraafplaats. Tot 1935 ligt het oude kerkhof te verkommeren, tot men de resterende graven overbrengt, en een kerkplein inricht. Enkele oude grafstenen in de buitengevels zijn nog stille getuigen.  In 1924 komt er het monument der gesneuvelden, in 1931 het beeld van het H. Hart. De ijzeren omheining verdwijnt. Ter gelegenheid van het 100ste geboortejaar van Leo Steel, komt er in 1978 ook nog een bronzen borstbeeld van hem. Meer info over deze monumenten onder Gebouwen en patrimonium/Dorpsplein.

 

In 1930, bij het verwijderen van het monumentale graf van volksvertegenwoordiger De Baets, ontdekt men de lijkdeur. Langs deze deur werden in den beginne de overledenen buiten gedragen. Ze raakt in onbruik vanaf 1664 (zie hierboven). Ze wordt gewoon overschilderd, maar tijdens de restauratie van  1988 opnieuw zichtbaar gemaakt.

 

Tot 1980 hing er een zonnewijzer uit de 17e eeuw, die vervangen werd door een moderner exemplaar. In 1951 plaatst men een elektrisch uurwerk met de huidige wijzerplaten. Wanneer het eerste uurwerk werd geplaatst is niet bekend. Zeker voor de Franse periode. Wel weten we dat de klokkenluiders in 1938 verdwijnen.  

 

Er is een restauratie van 1988 met vooral schilderwerken. In de loop van 2012 wordt de kerk terug grondig aangepakt. Kruis, bol en haan worden opgeblonken, Dakbekleding wordt waar nodig hersteld of vernieuwd; de leien worden allemaal vervangen. De uurwerkplaten en galmgatbekledingen worden vervangen;  De glasramen worden gerestaureerd; de muren worden grondig ontvocht, en tenslotte wordt de kerk dan helemaal herschilderd. Tegen 2013 moet ze weer staan blinken...